dinsdag 11 juli 2017

Meristeem: Waarom gras begraasd moet worden, maar niet teveel

Om goed graasbeheer toe te kunnen passen is het nuttig om te begrijpen hoe groei bij planten plaatsvindt. Want niet alle planten groeien op dezelfde manier. En de andere manier van groei van grassen maakt dat grasgebieden en prairies moeten worden gemaaid of begraasd om te overleven.

Hoe groeien planten?

Groei in een plant vind plaats vanuit het meristeem. Deze cellen zijn vergelijkbaar met de stamcellen bij mensen. Alleen deze meristeem cellen zorgen voor groei: alleen deze cellen delen.

Binnen de plant zijn er verschillende plekken waar zich meristeem bevindt:
  • Primaire meristeem:
    • Apical meristeem, dit zit in de uiteinden van de plant:
      • onder de grond in de wortels, het root apical meristeem (RAM)
      • boven de grond in de toppen van de plant, het shoot apical meristeem (SAM).
    • Intercalary meristeem, wat zorgt voor lengtegroei, de vorming van knoppen in de oksels van de plant en wat bij beschadiging zorgt voor herstel.
  • Secundair mersisteem:
    • Lateral meristeem. Dit zorgt voor de secundaire, oftewel dikte groei van de plant.

    Bron: http://cdn.biologydiscussion.com/wp-content/uploads/2016/12/clip_image002-146.jpg

    Grassen - Poaceae familie

    Vanuit groei bezien, zijn grassen een vrij bijzondere categorie. Het primaire meristeem bevindt zich namelijk alleen in de top van een grasstengel, intercalary meristeem ontbreekt. Als een grasstengel groeit, is het merendeel van de knoppen voor de bladen al gevormd en rekt de stengel sterk uit om te groeien.
    Als het gras wordt begraasd of gemaaid, verdwijnt de top van de grasstengel, en verdwijnt daarmee het primaire meristeem. Groei voor de grasstengel kan dan komen door het verder uitrekken van de bestaande grasstengel of door het groeien van een nieuwe grasstengel van onderaf. Want onderaan de plant bevindt zich het primaire meristeem voor de groei van nieuwe grasstengels. Daarom wordt dit type meristeem in het Engels "basal meristem" genoemd, het meristeem onderaan (aan de basis van) de plant.

    Bron: https://www.ag.ndsu.edu/archive/dickinso/research/2003/range03a.htm
    De meeste grasstengels sterven af aan het einde van het seizoen, of in het droge seizoen. Als ze niet zijn opgegeten door dieren of zijn gemaaid, staan ze er nog steeds en (zeker de harde stengels) verteren maar langzaam (bepaalde grasstengels worden als dakbedekking gebruikt omdat ze zo langzaam verteren, maar ook stro en hooi verteren langzaam).
    Nieuwe grasstengels echter hebben ruimte, lucht en zonlicht nodig om te groeien. Als alle harde, oude stengels van het vorige jaar er nog zijn en rechtop staan, is er geen ruimte voor nieuwe grasstengels om te groeien en verstikken de oude stengels de nieuwe. Om ruimte te geven voor nieuwe grasstengels in het volgende jaar, moeten de oude grasstengels dus weg zijn: ze moeten zijn weggemaaid, zijn opgegeten of (wat niet wenselijk is, maar wel gebeurt) ze worden verbrand vlak voor de regen komt.
    Wil gras dus overleven, dan moet het worden begraasd of geaaid, om ruimte te geven aan nieuwe grasstengels.

    Tegelijkertijd is het zo dat gras wat wordt begraasd tijdelijk minder groeit. Doordat er minder blad is wat de wortels van suiker voorziet, kan (een deel van) de wortelgroei stoppen. Teveel grazen kan zelfs leiden tot overbegrazing wat uiteindelijk leidt tot het afsterven van gras.

    Bron: http://onpasture.com/2015/11/09/great-grass-farmers-grow-roots/
    Teveel grazen leidt dus tot het afsterven van het gras door overbegrazing. Maar te weinig grazen leidt ook tot het afsterven van het gras, doordat nieuwe stengels niet meer kunnen groeien.

    Dit is de balans waar veel aride ecosystemen zich in bevinden: savanna's, prairies en andere gras-ecosystemen moeten worden begraasd; als ze teveel worden begraasd gaan ze achteruit, maar als ze niet worden begraasd, gaan deze ecosystemen eveneens achteruit. Een zeer aan te raden documentaire die laat zien hoe dit goed en fout kan gaan is de documentaire "Earth a new wild - plains".
    Het bijzondere is dat deze "graasprincipes" overal lijken op te gaan: in Zimbabwe, Kenya, de VS, of centraal Azie. Overal blijkt er een bepaalde balans (verloren) te zijn, met alle positieve (of negatieve) gevolgen voor het grotere ecosysteem.

    Management is het allerbelangrijkste

    Wat grootschalige, intensieve en kortstondige begrazing dus doet is:
    - alle grasstengels worden opgegeten om plaats te maken voor het gras van het volgende regenseizoen
    - de bodem wordt los getrapt, de bodem korst wordt open gebroken, waardoor regen, als het valt goed kan infiltreren
    - de grasstengels, die niet worden gegeten, worden platgetrapt, zodat nieuwe grasstengels kunnen groeien
    - de bodem wordt kortstondig zeer sterk bemest met alle uitwerpselen
    - de vertrapte grasstengels worden vermengd met deze mest vermengd, waardoor vertering veel beter gaat
    Dit alles zorgt voor een goede voorbereiding van het stuk grond op het nieuwe regenseizoen.

    Echter, om overbegrazing te voorkomen is het van groot belang dat het zeer goed gemanaged wordt:
    • dat de kuddes bij elkaar blijven en kort maar hevig gebieden afgrazen. Na het afgrazen moeten ze er niet rond blijven hangen, waardoor overbegrazing zou kunnen ontstaan, of alle planten waar zij van houden verdwijnen en de andere niet gewenste planten kunnen gaan overheersen.
    • ook kan het goed blijken te werken als verschillende typen grazers achter elkaar worden gebruikt. De Amerikaanse boer Mark Shepard gebruikt (in zijn ecosysteem!) een systeem waarbij de volgende grazers langskomen:
      • de kalveren
      • de koeien
      • de varkens
      • de kalkoenen
      • de schapen
      • de kippen 
    Door al deze dieren achter elkaar het weiland af te laten grazen worden alle planten gegeten. Planten die snel terugkomen worden door de schapen gegeten waardoor ze niet gaan overheersen. En de kippen pikken alles zodanig door elkaar dat alle mest goed is uitgespreid over de grond. Klaar om te gaan groeien nadat de laatste grazer verdwenen is.

    Conclusie

    Gras is een gewas wat gebaad is bij begrazing. Te weinig begrazing maakt dat het gras afsterft, maar teveel begrazing maakt eveneens dat het gras afsterft.
    De juiste mate van kortstondige intensieve begrazing is dus van groot belang niet alleen de vitaliteit van het ecosysteem te behouden, maar ook voldoende voedsel te produceren. De juiste graasmethode dient echter wel te zijn afgestemd op de lokale omstandigheden, cultuur, klimaat en ecosysteem etc. Het juiste holistische management van graasgebieden is dus van groot belang.
    Over het herstel van grasgebieden middels kortstondige intensieve begrazing is men het nog niet eens. Alan Savory claimt dat je met deze methode van kortstondige intensieve begrazing graasgronden zelfs kunt herstellen. Bewijs hierover is schaars.
    Duidelijk is echter dat je met goed gemanagede begrazing veel goeds kunt doen. Zoals Mark Shepard het zegt, geef me 2 koeien en ik vernietig ieder grasveld, geef me er 3 en ik herstel het.
    In sommige ecosystemen zijn er dus kansen dat meer begrazing mogelijk is, om graasecosystemen gezond te houden en mogelijk zelfs te herstellen.

    Geen opmerkingen: